
Vele culturen en tradities hebben het idee gekoesterd dat de ziel steeds weer afdaalt in de materie om een leven te leiden in een lichaam van vlees en bloed. Reïncarnatie is het idee dat de ziel herhaaldelijk levens leidt op aarde om ervaring op te doen en om bepaalde innerlijke doelen te bereiken. In het westen is dit idee grotendeels in diskrediet geraakt. Dit is te wijten aan de dominerende invloeden van enerzijds het officiële christendom, anderzijds het wetenschappelijke wereldbeeld.
De officiële, kerkelijke versie van het christendom heeft het bestaan van reïncarnatie altijd ontkend. Esoterische, ‘geheime’ varianten van de christelijke leer hebben vaak wel ruimte gelaten voor deze gedachte.
In de moderne wetenschap (ontstaan in de 17e eeuw) gaat men er vanuit dat de werkelijkheid uiteindelijk zuiver materieel van aard is. Het geestelijk leven van de mens wordt beschouwd als een produkt van onze (fysieke) hersenen. In dit wereldbeeld is er geen plaats voor de notie van een onstoffelijke ziel, en ook het idee van een reïncarnerende ziel is daarmee taboe.
Het mensbeeld dat ten grondslag ligt aan reïncarnatie (het ‘spirituele mensbeeld’), staat in veel opzichten diametraal tegenover dat van de wetenschap. Het spirituele mensbeeld stelt dat in alles wat bestaat, de geest of het bewustzijn het leidende principe is. Bewustzijn is in dit perspectief een onstoffelijk, goddelijk beginsel dat zich kan manifesteren in allerlei materiële vormen. Het bewustzijn kan er voor kiezen tijdelijk een fysiek lichaam te bezielen en er een leven op aarde mee te leiden. Het kan m.i. ook kiezen voor levens op andere planeten of andere werelden.
De zin van deze reis door vele incarnaties heen is, heel algemeen gesteld, de enorme verrijking en verruiming die het bewustzijn - door alle ervaringen heen - krijgt.
Wat de zin is van onze herhaaldelijke terugkeer naar de aarde, is iets wat mij, en heel veel new-age literatuur, erg bezighoudt.
Voor meer bespiegelingen hierover, zie in het hoofdmenu 'Gesprekken met Jeshua'.
In het wetenschappelijk wereldbeeld, dat zich trouwens sterk laat gelden in onze moderne geneeskunde, gaat men er veelal vanuit dat de materie het leidende beginsel is van alles dat bestaat. Sinds de 17e eeuw is men (op micro-niveau) nog steeds op zoek naar het ´kleinste deeltje´van de materie. Dit zou de fundamentele bouwsteen van de werkelijkheid moeten zijn. Vanuit deze materiële zijnslaag zou al het andere - leven, bewustzijn - verklaarbaar moeten worden. Zover is het natuurlijk nog niet. Sterker nog, op microniveau lijken de kleinste deeltje van de moderne fysica juist allerlei gedragingen te vertonen, die het doen lijken dat deze deeltjes over een bepaalde vorm van bewustzijn beschikken. Zo lijken zij pas gefixeerd te zijn in ruimte en tijd als er een waarnemer (d.i. een bewustzijnact) aan te pas is gekomen.
Over de bewijsbaarheid van reïncarnatie valt lang te twisten. Net zoals in alle discussies over het al dan niet bestaan van paranormale verschijnselen (leven na de dood, reïncarnatie, etc. etc.) lopen de gemoederen meestal hoog op. Beide partijen zijn vaak bijzonder gehecht aan hun eigen overtuigingen en daarom is de toonzetting in dergelijke debatten m.i. nogal vijandig en defensief.
Hoe dan ook, in de context van reïncarnatie-therapie is deze discussie eigenlijk niet zo heel relevant.
In regressies die mensen in therapie doormaken naar hun vorige levens, komen allerlei beelden en (pijn)ervaringen naar boven. Het bewust (her)beleven van deze ervaringen heeft vaak een bevrijdende werking. Het positieve effect van reïncarnatie therapie lijkt me redelijkerwijs aantoonbaar. Of je hieraan de conclusie wilt verbinden dat reïncarnatie echt bestaat, lijkt me een open kwestie. Je kunt er ook voor kiezen te geloven dat de beelden die je in een regressie ziet, afkomstig zijn uit je onderbewuste, en dat ze niet verwijzen naar vorige levens. In therapeutisch perspectief gaat het erom dat de regressie je gevoel van welzijn vergroot. Wat je er verder aan wilt verbinden qua wereldbeeld, staat hier in principe los van.
Tegenwoordig wint het idee van reïncarnatie weer terrein in het westen. Mensen staat sowieso meer open voor het idee dat 'er meer is tussen hemel en aarde'. Eén van de grote nadelen van het moderne wetenschappelijke mensbeeld (ook aanwezig in de gevestigde geneeskunde) is dat er geen plaats is voor zingeving. Waarom zijn wij hier? Waarom leven wij? Waarom lijden wij - aan ziektes, aan stress, aan verdriet, aan eenzaamheid, aan hartepijn. Hoe moeten we met dat lijden omgaan? Lijden, zonder dat er betekenis of zin in ligt, is dubbel zo zwaar.
Vanuit de behoefte aan zingeving keren mensen zich af van een louter materieel wereldbeeld. Ze gaan op zoek naar nieuwe bronnen van zingeving. Ze doen dat op een manier die veel individueler is dan vroeger. Minder gebonden aan vaste dogma's, instituties of tradities.
Ik denk dat dat een positieve ontwikkeling is.
Misschien hebben we die moderne, individualistische houding wel te danken aan het wetenschappelijk wereldbeeld (de Verlichting): open staan voor het nieuwe en afgaan op je eigen oordeel.
Zo bezien zijn wetenschap en New Age toch ook op bepaalde punten verwant!
![]()