Medicijnvrouw in een sneeuwlandschap


Ik zie een hutje, dat in de lucht zweeft (?), maar er hangt een staalgrijze ladder aan, dus ik kan toch naar binnen. Daar zie ik mezelf als een flinke baby, op schoot bij mijn grootmoeder, een oudere vrouw in eenvoudige kledij. Het hutje ligt temidden van heel veel witte sneeuw; het is Lapland o.i.d., het ziet er eskimo-achtig uit. Ik zie het gezicht van een poolhond voor me, witte vacht met die sprekende ogen. Ik zie een weg door een bos van donkergroene dennen. Daar loop ik vaak als ik ouder ben; het is de weg naar de verderop gelegen gemeenschap. Mijn ouders zijn afwezig, ik word opgevoed door mijn oma, die overlijdt als ik tiener ben.

Ik zie een beeld van een ritueel dat wij in het bos opvoeren. Ik ben dan al een volwassen jonge vrouw. Met een groep van ongeveer 12 personen zitten wij in een kring om een vuur heen, elkaars handen vasthoudend. Dit geeft mij een gevoel van warmte en eenheid. Het is heerlijk. Ik geniet er intens van. Ik voel verbondenheid verticaal - met de mensen in de kring - en horizontaal - met de hemel. Ik heb het gevoel dat wij het vuur worden, ik zie letterlijk een ring van vuur, een perfecte cirkel waarbinnen het vuur oplaait en waarin wij er niet meer zijn; wij gaan in het vuur op.
Dit zijn de gelukkigste momenten van mijn leven.
Vuur betekent hier voor mij: inspiratie, samenzijn, verbondenheid, afgestemd zijn op elkaar en de kosmos.

Als ik volwassen ben vervul ik ook een rol in de gemeenschap: ik ben een soort medicijnvrouw. Ik lijd een eenvoudig bestaan; na mijn oma's dood blijf ik in het hutje wonen. Ik genees mensen, ook kinderen: ik zie mezelf zitten terwijl kinderen bij mij komen ik hen over het hoofd strijk. Ik maak daarbij bepaalde gebaren; en doe ook iets met kruiden en geneesmiddelen.
Deze rol van medicijnvrouw verbindt mij met de gemeenschap en geeft mij ook een gevoel van vervulling. Ik ben echter op mijn hoede voor intiemere contacten; ik sticht bijvoorbeeld geen gezin. Ik heb een duidelijk besef van mijn anders-zijn en ben daarom altijd op mijn hoede. Ik ben niet echt spontaan in mijn uitingen.
Mijn inspiratie en levensvreugde stromen vooral uit langs de weg van genezing; en ik voel vooral extase bij de rituelen die ik met bovengenoemde groep van gelijkgestemden uitvoer. Daar hoort niet bij dat we uitvoerig met elkaar praten of onze gevoelens uitwisselen. We gaan meer intuïtief/zwijgend te werk en gaan dan weer uiteen.

De behoedzaamheid die ik steeds bij me draag duidt op een besef van potentieel gevaar. Als ik me afvraag waar dat vandaan komt, kom ik in een ander leven terecht.

Zie De vurige strijdster voor rechtvaardigheid


© Pamela Kribbe
www.pamela-kribbe.nl





Lijn in regenboogkleuren