Priester-geleerde in Atlantis


Als ik me op de pyramides concentreer (zie De Romeinse prins), kom ik in een ander leven terecht, veel vroeger. Ik zie veel witte gebouwen met hoogwaardige technische apparatuur - rode en groene lichtjes. Wij lopen daar bedrijvig rond. In het midden ligt buiten een hele grote ronde witte schijf, plat op de grond, met 6 of 7 lange, rechte banen als uitlopers. We zijn daarmee bezig. We proberen daarmee contact te leggen met een buitenaardse beschaving. Misschien is het een soort ontvangst-station? Ik behoor tot een kring van geleerden, die redelijk zijn ingewijd. Het is in Atlantis. Ik ben een lange, serieuze man, met kort -gemillimeterd - donker haar, een jaar of 45. Ik ben een soort priester en tegelijk geleerde. We zijn verzot op kennis; we zijn helemaal verliefd op een bepaald soort kennis van het universum, die ons de mogelijkheid biedt de samenleving te 'herscheppen' volgens naar ons inzicht betere principes. Wij relativeren het belang van deze kennis te weinig. Deze kennis betreft een combinatie van spirituele wetten en technologisch hoogwaardige middelen. Wij kunnen bijvoorbeeld gedachten manipuleren m.b.v. apparatuur (iets met golven, golflengtes o.i.d.). De technologie waarover we beschikken is gekoppeld aan spirituele kennis, verkregen door o.a. meditatie en - in de toekomst - naar wij hopen ook via buitenaardse contacten. Het lijkt niet op de huidige, 'platte' (materialistische) technologie.
Wij gaan kopje onder in ons kennisstreven en verliezen het contact met de natuur (de natuurlijke ritmes der dingen). Wij overzien niet de consequenties van ons handelen. Ik bedoel het niet slecht, word niet door macht gedreven maar door een mentale zucht naar waarheid. Ik ben gevoelsmatig sterk onderontwikkeld, mentaal en spiritueel (in bepaalde zin) ben ik hoogontwikkeld.
Op een gegeven moment zie ik alles donker worden, donkerblauw en donkergrijs. Aan de onderkant zie ik een warm geel, daar zie ik eenvoudige mensen op het boerenland werken en wonen, maar zij kunnen geen weerstand bieden aan de krachten die wij hebben opgeroepen. Rechtsboven het donker zie ik een reusachtige engel staan, in de kleuren wit en lichtblauw. Ze staat aan de horizon en houdt een pleidooi. Ze vraagt ons iets maar wij zijn niet ontvankelijk voor haar pleidooi. Ik denk dat ze pleit voor de liefde, als tegenwicht voor kennis. De warmte van het gevoel als tegenwicht voor het klinische mentale denken. Maar wij zijn hiervoor niet gevoelig genoeg, want we zijn mentaal overontwikkeld, terwijl het gevoelscentrum nog nauwelijks aangesproken is.
Nu zie ik een immense vloedgolf van heel donkerblauw-grijs water. Een enorme watermassa slaat alles, echt alles aan stukken. Alles versplintert onder deze kracht; alles wordt heel diep donkerblauw en -grijs; mensen worden meegesleurd en verdrinken in deze immense waterstroom. Ik verdrink ook. Ik word meegesleurd en stik op een gegeven moment. Ik ben verbijsterd en geloof het eerst niet. Nadat ik gestikt ben hangt mijn lichaam levenloos in het water; het dobbert rond diep onder water. Ik blijf eromheen zweven. Ik kan het niet geloven. Dat aan ons 'projekt' zo wreed en plotseling een einde zou komen, dat kan ik niet geloven.
Weer staat de engel aan de nu loodgrijze horizon. Deze engel is werkelijk reusachtig; ik kom niet eens uit boven haar reuzenvoeten, die er trouwens heel breed en aards uitzien. De engel heeft iets vrouwelijks. Ik stel me nu voor dat ik in haar grote, eeltige handpalm zit. Ze spreekt tot mij: "het was een experiment in dualiteit", zegt ze. Op één of andere manier wordt het me duidelijk dat we niet goed zaten met ons projekt. Ik kan het nauwelijks geloven. "Dualiteit kun je niet overwinnen", zegt de engel, "je kunt dualiteit wel leven". Maar ik begrijp dat niet goed. Ik heb eenvoudigweg te weinig emoties ervaren, om haar boodschap goed te begrijpen. Wel zie ik dat mijn donkere kleed nu af en toe wit wordt. Als dat gebeurt voel ik me opeens heel erg een leerling, die open staat voor iets nieuws. In die toestand ben ik nederig, en hou ik de mogelijkheid open dat de dingen toch heel anders in elkaar zitten dan wij dachten. Ik luister wel echt naar de engel, maar door mijn onderontwikkelde gevoelscentrum mis ik toch een (belangrijk) deel van de boodschap.

© Pamela Kribbe
www.pamela-kribbe.nl





Lijn in regenboogkleuren